Dit is tevens een stuk tekst uit mijn boek, de puzzel is stuk.
Ik zag het al vrij snel na de geboorte, er klopte iets niet. Het was grotendeels een gevoel, maar we zagen het ook aan dingen zoals de ontlasting, die vijf dagen uitbleef. De kraamverzorgster vertelde dat ze dit nog nooit eerder had meegemaakt. Dat gaf een wanhopig gevoel. Niemand kon ons vertellen waarom ze geen ontlasting kreeg, en zodra het eenmaal op gang kwam, werd er ook niet meer over gesproken.
De eerste paar maanden gingen snel voorbij. Er waren toen al signalen dat er iets niet klopte, maar ze waren nog niet heel duidelijk. Ze was snel overprikkeld bij drukte of lawaai, wat resulteerde in huilbuien. Ze overstrekte zich vaak, maar aan de andere kant was haar spierspanning juist erg laag. Haar hoofd omhooghouden lukte haar niet goed. Ook sliep ze nauwelijks, niet overdag, maar ook ’s nachts niet. Een halfuurtje in de box of een uurtje in haar bed, en dat was het wel.
We hebben uren met haar rondgelopen om haar in slaap te krijgen of te houden. We zongen liedjes, zaten naast haar bedje, liepen met haar in onze armen, gebruikten lichtjes. We probeerden van alles. Hoewel ze goed groeide en er uiterlijk niets afwijkends aan haar te zien was, bleef er een onderbuikgevoel dat iets niet klopte.
Steeds vaker merkten we dat Jenthe erg stil was, veel staarde en in haar eigen wereld zat. Op andere momenten kon ze alleen maar huilen, was ze boos en overstrekte ze haar lichaam hevig. Ze sliep nog steeds niet goed. Soms moesten we ruim een uur met haar wiegen en rondlopen voordat ze in slaap viel. En als we haar dan zachtjes in haar bedje legden, werd ze vaak meteen weer wakker, en begon het hele ritueel opnieuw.
Ze kon niet rechtop blijven zitten, maar zakte als een plumpudding in elkaar. Haar linkerbeen sleepte, het deed niet wat het moest doen. Als ze achter een loopkarretje wilde lopen, zakte ze steeds door haar linkerbeen. Maar ze lachte er wel bij, omdat ze duidelijk plezier had in het lopen. Het brak mijn hart om haar zo te zien worstelen.
Het eerste jaar was zwaar. We gingen op ons tandvlees door de dagen. Zonder slaap, met een kort lontje, en met een dochter van drie jaar ouder die ook haar aandacht en tijd nodig had.
Ik zag dingen bij Jenthe die anderen niet zagen. En ik hoorde vaak opmerkingen als:
“Ach joh, het komt wel goed.”
“Ze neemt gewoon lekker haar tijd, dat had die van mij ook.”
“Je ziet niks aan haar.”
“Ze loopt gewoon wat achter, maak je niet druk.”
Maar ik maakte mij wel druk. Blijkbaar was ik de enige die écht zag en voelde dat er iets niet klopte.
Was er dan niemand die mij kon vertellen wat er aan de hand was?
Liefs Marijke
Reactie plaatsen
Reacties